Het zijn woorden die veel langskomen. Op LinkedIN, in krantenartikelen et cetera. Wat betekenen al die termen eigenlijk?
Klimaatneutraal
Een klimaatneutraal gebouw is een gebouw dat niet bijdraagt aan verdere klimaatverandering. Door de energievraag zoveel mogelijk te beperken (bijvoorbeeld door middel van goede isolatie) en de energie die nodig is zelf op te wekken met bijvoorbeeld zonnepanelen of windwokkels, kan een gebouw energieneutraal zijn. Helemaal energieneutraal bouwen, is lastig. Vandaar dat vaak wordt gesproken over de BENG-norm. BENG staat voor ‘Bijna energieneutraal gebouw’. Ook een lastige definitie, want hoe definieer je ‘bijna’?
Klimaatadaptief
Een gebouw is klimaatadaptief als het is aangepast aan het huidige óf het te verwachten klimaat. Dat het klimaat verandert, staat vast. De overlast door extreem weer neemt toe. Het is goed om hier op voorbereid te zijn. Een mooi voorbeeld is de toepassing van groendaken. Groendaken hebben een verkoelende en isolerende werking en zorgen ervoor dat bij hevige regenval het hemelwater geleidelijker wordt afgevoerd, wat de kans op overstromingen verkleint.
Natuurinclusief
Van natuurinclusief bouwen is sprake als de gebouwde omgeving rekening houdt met de aanwezige ecologie en natuur. Een goede maatregel om de bedreiging van biodiversiteit (5% wereldwijd) tegen te gaan.
Benieuwd hoe Flexibilistay vormgeeft aan deze manieren van bouwen, kijk dan hier.
